Stadsrekening 2015
PCPortal

Economie en Werk

Belangrijkste resultaten

De activiteiten binnen het programma Economie en Werk richten zich op 3 belangrijke pijlers: het bevorderen van economische innovatie, de ontwikkeling van een krachtige binnenstad en het bevorderen van arbeidsparticipatie.  Daarnaast en dwars door deze pijlers heen zorgen we ervoor dat onze basis op orde is, zodat bedrijven goed kunnen ondernemen: voldoende aanbod en kwaliteit van werklocaties (bedrijventerreinen, kantorenlocaties, binnenstad en winkellocaties), een goede bereikbaarheid en infrastructuur, een adequaat opgeleid en beschikbaar arbeidsaanbod en een goed relatienetwerk.

Economie in vogelvlucht: herstel is in 2015 ingezet
De werkgelegenheid in Nijmegen is na een periode van krimp weer gegroeid (+ 0,8%  is een  toename 800 van banen ten opzichte van 2014). Nijmegen scoort ten opzichte van Gelderland (+0,1 %) en de andere grote Gelderse steden beter (Ede +0,5 %, Arnhem + 0,0 % en Apeldoorn (-2,4 %). Positief ontwikkelen zich de sectoren onderwijs, gezondheidszorg en horeca. Maar ook de sectoren bouw, groot- en detailhandel, vervoer en zakelijke dienstverlening vertonen een lichte banengroei. Het aantal banen in het openbaar bestuur (belastingdienst, stadsregio) en de industrie is gedaald. Per saldo is er sprake van een stijging van het aantal vacatures, maar voor een belangrijk deel betreft dit vacatures die relatief moeilijk vervulbaar zijn. De 'mismatch' wordt duidelijker voelbaar: een groot deel van de mensen in onze doelgroep is niet geschikt voor de (nieuwe) vacatures.

We zien dat het aantal bedrijven en instellingen met 570 vestigingen is toegenomen van 13.110 in 2014 naar 13.680 vestigingen in 2015. Een positieve bijdrage aan de werkgelegenheidsgroei leveren de ZZP-ers. De groep vestigingen met één werkzame persoon is in de afgelopen tien jaar meer dan verdubbeld tot ruim 9.000. Ten opzichte van 2014 groeide het aantal ZZP-ers/eenmansbedrijven  met 430  bedrijven van  8740 naar 9170 bedrijven.

Economische innovatie levert eerste resultaten op
De werkgelegenheid binnen de topsectoren EMT, Health en Semiconductors is in 2015 iets afgenomen (van 31890 banen in 2014 naar 31760 banen in 2015 (- 0,4%, een afname van 130 arbeidsplaatsen). De lichte daling wordt m.n. veroorzaakt door een dalende werkgelegenheid binnen de sectoren Semiconductors/EMT ( m.n. verlies aan arbeidsplaatsen bij NXP). Afgelopen jaren zijn er 11 startups in de topsectoren geweest, waarvan 8 in de sector Health en de overige in de sectoren Semiconductors en EMT.

Met de Economische Raad Nijmegen geven we gezamenlijk uitvoering aan de Economische Innovatie Agenda 2020. Op basis van periodieke scans ontwikkelen en voeren we met partners meerjarige  projecten uit. Daarnaast hebben we gewerkt aan de versterking van het vestigingsklimaat, de profilering van Nijmegen als internationale kennisstad en aan onze Human Capital Agenda.

Zo hebben we een meerjarige stedelijke aanpak om het startup ecosysteem van Nijmegen te versterken ontwikkeld. Mooie voorbeelden  in dit kader zijn: het realiseren van ondernemerspitches voor startende bedrijven en de lancering van het project “Health Accelerator” door Rockstart in Novio Tech Campus (hiermee worden potentiële start ups geworven die aansluiten bij het Nijmeegse ecosysteem van kennisinstellingen en kennisintensieve bedrijven). Met de kennisinstellingen ontwikkelen we een strategische acquisitie aanpak. We faciliteren het MKB om maximaal te profiteren van de Europese innovatiemiddelen. Zo is een proeftuin op het vlak van zorginnovatie, waar ook bedrijven innovatieve producten kunnen uittesten (Parkinsonnet). We sporen witte vlekken in ons vestigingsklimaat op en nemen die weg, bijvoorbeeld huisvesting voor expats, maar ook de nieuwbouw van de Internationale School. Ook het eerste Internationale Inscience wetenschapsfilmfestival heeft in 2015 bijgedragen aan de profilering van Nijmegen als kennisstad. Met werkgevers en onderwijsinstellingen in de zorg hebben we een human capital scan in de zorg uitgevoerd en afgesproken om samen een regionaal zorgpact uit te werken. Vanuit het Zorgpact gaan partijen projecten ontwikkelen en realiseren die de knelpunten moeten oplossen tussen vraag naar en aanbod van arbeid in de zorg.

Campus Heijendaal én Novio Tech Campus ontwikkelen zich complementair aan elkaar. Heijendaal vanuit kennis, maar met veel nieuwe bedrijvigheid in de Mercator Incubators.  NTC ondernemersgericht,  gericht op kennisintensieve bedrijven.  Daarnaast maakt Radboud Research Facilities het mogelijk dat ook innovatieve bedrijven gebruik kunnen maken van de onderzoeksfaciliteiten. Het Y5-lab (ketenaanpak van studenten WO/HBO/MBO op het vlak van laboratoriumonderzoek voor MKB) versterkt ons vestigingsklimaat verder.

De Novio Tech Campus heeft zich het afgelopen jaar voorspoedig ontwikkeld. Inmiddels zijn er 21 bedrijven gevestigd op NTC, waarvan 10 bedrijfjes via het Health Accelator project van Rockstart. Gebouw M is voor 75% gevuld met bedrijven. De herontwikkeling van gebouw A is bijna klaar. In het deel van gebouw A dat al opgeleverd is, is het bedrijf Sencio gevestigd. Het bedrijf EPR gaat als eerste partij zelf bouwen op NTC.
Totaal gaat het op NTC om circa 200 arbeidsplaatsen.

Versterking binnenstad is voortvarend opgepakt
De Agenda voor de Binnenstad is begin 2015 vastgesteld. De belangrijkste drie pijlers (en daaraan gekoppelde projecten) zijn benoemd, namelijk het versterken van aanbod en ambiance, ondersteuning van het transformatieproces van “place to buy” naar “place to meet” en aanpak van de leegstand.

De zuivere leegstand in het kernwinkelgebied van het stadscentrum is gedaald van 10,8% in 2014 naar 8,8 % in 2015 (peildatum 1 januari 2016). In de retailsector vonden bij een aantal grootwinkelbedrijven eind 2015 wel zorgelijke ontwikkelingen plaats die ook gevolgen kunnen hebben voor de leegstand in onze binnenstad. Wat de gevolgen zijn wordt in de loop van het voorjaar 2016 duidelijk. Leegstandsontwikkeling wordt deels bepaald door macro-economische ontwikkelingen en  deels door lokale ontwikkelingen en beleid.
De leegstandsaanpak in de binnenstad hebben we met voorrang opgepakt. Een analyse, visie en aanpak zijn gepresenteerd in “Binnenstad van de toekomst”. De nieuwe Stadscentrummonitor 2014-2015 en een geactualiseerde Weerbaarheidsanalyse van de Binnenstad hebben aan de basis gestaan van deze analyse. Met een korte termijn agenda hebben we vervolgens projecten opgepakt. Vier prioriteitsgebieden zijn aangewezen: Bloemerstraat-Smetiusstraat, Waalkade, Molenpoortpassage en Hertogstraat. We zijn gestart met de aanpak van de Bloemerstraat en Hertogstraat. Ideeën voor een betere inrichting van de Waalkade zijn opgehaald. Voor een markthal in Nijmegen hebben we een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd. We hebben partijen in de binnenstad op actieve wijze betrokken bij de aanpak van leegstand, denk aan Huis voor de Binnenstad, de Werkgroep Vastgoed met belangrijke vastgoedpartijen en het Aanjaagteam voor jonge, actieve ondernemers. We zijn vergevorderd met de opzet van een Vereniging van Vastgoedeigenaren voor de binnenstad. De voorbereiding van een Transformatiefonds voor de binnenstad en een nieuwe investeringsregeling zijn in volle gang. Het Actieplan “Economisch Offensief Binnenstad” hebben we geheel uitgevoerd en in december afgerond. Met onze Nijmeegse aanpak lopen we landelijk voorop. We behoren bij de eerste groep van gemeenten die een Retaildeal hebben gesloten met het ministerie van Economische Zaken. We zijn vertegenwoordigd in de Regiegroep rond de Retailagenda van het ministerie en zijn voorzitter van de themagroep “vitale binnensteden” van de G32.

Regionale economische samenwerking heeft nieuwe vorm gekregen
In 2015 heeft de samenwerking in de regio Arnhem-Nijmegen opnieuw vorm gekregen. Het Portefeuillehoudersoverleg Economie is ingericht en vier keer bijeengekomen. Dit vooruitlopend op de officiële start van het Gemeenschappelijk Orgaan Regio Arnhem Nijmegen tijdens de Regiodagdie op 17 december 2015 plaatsvond. Belangrijk voor de hernieuwde regionale samenwerking is de start van het traject voor een Regionaal Programma Werklocaties (RPW) geweest. Doel van het RPW is het weer in balans brengen van vraag en aanbod in de markt voor werklocaties op regionaal niveau. Dit gebeurt door het maken van intergemeentelijke afspraken over de programmering van bedrijventerreinen, kantoorlocaties en perifere detailhandel. Het begeleiden van dit traject is een belangrijke opgave voor het Portefeuillehoudersoverleg Economie. Besluitvorming over het RPW zal omstreeks eind 2016 in de individuele colleges en raden plaatsvinden.

Begin 2015 is een Integrale MIRT-Agenda vastgesteld die de gezamenlijke opgaven en ambitie beschrijft van het stedelijke netwerk Arnhem-Nijmegen voor de periode tot 2025. In vervolg op deze agenda hebben de gemeenten Arnhem, Nijmegen en de provincie Gelderland in samenspraak met de regiogemeenten verder gewerkt aan een concretisering van de opgaven. Het resultaat is de MIRT-Uitnodigingsagenda. Door focus aan te brengen en in te zetten op een drietal icoonprogramma’s – te weten Bruisende Binnensteden, Campusontwikkeling en Smart Energy – wil de regio de ruimtelijk-economische ontwikkeling van het stedelijk netwerk Arnhem-Nijmegen verder versterken. Voor de gemeente Nijmegen gaat het hier bijvoorbeeld om projecten gericht op een kwaliteitsimpuls van Campus Heijendaal en de Novio Tech Campus en het bewerkstelligen van transformatie in de binnenstad van ‘place to buy’ naar ‘place to meet’. In de komende periode wordt in het kader van de provinciale Gebiedsopgave gewerkt aan een gezamenlijke investeringsagenda voor de drie icoonprogramma’s.  

De laatste voorbereidingen voor de Economic Board regio Arnhem-Nijmegen zijn getroffen. In de raden van de 19 regiogemeenten heeft besluitvorming over de Economic Board plaatsgevonden. Daarmee is de financiële bijdrage vanuit de overheidsgeleding voor de Economic Board voor de komende jaren geborgd. Ook de leden van de Economic Board zijn benoemd. Een vijftienkoppig bestuurlijk platform is gevormd met daarin de voorzitters van de prominente kennisinstellingen, directeuren van het bedrijfsleven en bestuurders vanuit de regiogemeenten, de provincie Gelderland en de regio Food Valley. Ook is gestart met de werving van een directeur voor de Stichting Economic Board en een tweetal pioniers voor het projectbureau zijn aangesteld.

Nieuwe aanpak arbeidsparticipatie is gestart
Per 1 januari 2015 is de Participatiewet ingevoerd. We hebben begin 2015 een beleidsplan vastgesteld, waarin we onze aanpak op dit gebied hebben beschreven. De uitvoering daarvan ligt bij het Werkbedrijf Rijk van Nijmegen, onze nieuwe regionale uitvoeringsorganisatie, die per 1 januari 2015 is gestart. In het Werkbedrijf wordt intensief samenwerkt door de gemeenten in het Rijk van Nijmegen, het SW-bedrijf Breed en het UWV. De medewerkers van Breed en de gemeentelijke medewerkers in het Werkbedrijf werken vanaf  januari 2016 ook formeel samen in één organisatie. Deze veranderingen hebben een forse inspanning gevraagd van alle betrokkenen, maar we zijn erin geslaagd om de Participatiewet zorgvuldig en op tijd in te voeren.

De samenwerking tussen de verschillende organisaties binnen het Werkbedrijf heeft in 2015 concreet vorm gekregen. Voorbeelden daarvan zijn: het hanteren van één gezamenlijke vacaturebank; het benaderen van álle kandidaten (terwijl zij voorheen tot de doelgroepen van de verschillende organisaties zouden behoren); de faciliteiten van Breed worden gebruikt voor de proeftuin; het inrichten van de organisatie naar werksoorten is doorgevoerd door het hele Werkbedrijf.

In onze aanpak van de Participatiewet hebben we stevig ingezet op het verbeteren van de werkgeversbenadering. Werkgevers zijn het vertrekpunt van de benadering van het Werkbedrijf, omdat daar het werk en de baankansen voor mensen uit onze doelgroep te vinden zijn. Het Werkbedrijf brengt kandidaten bij werkgevers onder de aandacht door ontmoeting en persoonlijk contact te organiseren. Dit gebeurt bijvoorbeeld in werkmarkten, waar werkgevers met vacatures direct met werkzoekenden in gesprek gaan. Dit heeft in 2015 al geresulteerd in het vervullen van diverse vacatures, waardoor onze kandidaten werk hebben gevonden; bovendien geven werkgevers aan dat zij erg tevreden zijn over deze aanpak. Naast deze aanpak onderhouden we ook contact met bedrijven door op bedrijfsbezoek te gaan. Dat gebeurt tientallen keren per jaar, zowel ambtelijk als bestuurlijk. Uit deze bezoeken komen regelmatig vacatures, werkervaringsplekken en andere mogelijkheden voor samenwerking voort.

Ten aanzien van kandidaten uit (de regio) Nijmegen, hebben we in 2015 de volgende concrete resultaten bereikt:

  • Er zijn 742 mensen uit Nijmegen uitgestroomd uit de uitkering naar werk. Dit is in overeenstemming met onze doelstelling om 750 mensen naar werk te laten uitstromen.
  • De banenafspraak (de afspraak uit het sociaal akkoord, om uiteindelijk voor 125.000 mensen met een arbeidsbeperking banen te realiseren) ligt op koers. We hebben samen met UWV de kandidaten in onze regio in beeld, dat wil zeggen dat we ze recent gesproken hebben en hun competenties en begeleidingsbehoeften kennen. Als een bedrijf een banenafspraak-vacature meldt, kan deze daardoor snel vervuld worden. In de regio Rijk van Nijmegen zijn in 2015 209 extra banen gerealiseerd in het kader van de banenafspraak (peildatum september 2015). De doelstelling is om eind 2016 305 banen gerealiseerd te hebben.
  • Het Werkbedrijf heeft in 2015 14 kandidaten met een wettelijke loonkostensubsidie geplaatst.  
  • We hebben in de regio 1096 mensen naar een passend leerwerktraject begeleid. Daarvan zijn 273 leerwerktrajecten gerealiseerd op basis van het Nijmeegse meer- en maatwerk. Hiermee heeft het Werkbedrijf de doelstelling ten aanzien van leerwerktrajecten (1000, waarvan 250 op basis van Nijmeegs meer- en maatwerk) gerealiseerd.
  • Alle mensen met een Wsw-indicatie die op de wachtlijst bij Breed stonden, zijn in de eerste helft van 2015 in beeld gebracht. Hierdoor is duidelijk geworden met welke problematiek zij te maken hebben en op wat voor werkplek zij zijn aangewezen. Na de praktijkdiagnose worden deze mensen geplaatst op een werkervaringsplek en bemiddeld naar werk.
  • Naast de wettelijke loonkostensubsidie, kennen we in onze regio ook een tijdelijke loonkostensubsidie. Deze regeling is bedoeld voor mensen die wel het minimumloon kunnen verdienen (daarom behoren ze niet tot de doelgroep van de wettelijke loonkostensubsidie), maar waarvoor een loonkostensubsidie nodig is om werk bij een reguliere werkgever mogelijk te maken, en zodoende de mensen te laten uitstromen uit de uitkering. We hebben 71 kandidaten met tijdelijke loonkostensubsidie kunnen laten uitstromen. Daarvan zijn 25 kandidaten binnen de basisdienstverlening, en 46 kandidaten op basis van Nijmeegs meer- en maatwerk uitgestroomd. Dit is minder dan de doelstelling; in 2016 wordt stevig ingezet om wél de begrote aantallen inzet van tijdelijke loonkostensubsidie te halen. Concrete aandachtspunten zijn het opzetten van groepsdetacheringsconstructies en meer focus binnen de bedrijfsdienstverlening op loonkostensubsidie.
  • In 2015 zijn 69 personen gestart met een eigen bedrijf met behulp van de Bbz regeling (in 2014 waren dat er 52). Dezelfde regeling heeft 38 gevestigde ondernemers, die in financiële problemen dreigden te komen, in staat gesteld om door te gaan met hun bedrijf.

Kansen voor circulaire economie en Groene Delta GDF Suez
Nijmegen heeft de ambitie om energieneutraal te zijn in 2045. Samen met de kennisinstellingen in de stad en het regionaal bedrijfsleven nemen wij deel aan verschillende samenwerkingsverbanden die hebben geleid tot meer kennisoverdracht en duurzame marktinvesteringen. Bestaande netwerken als het Power2Nijmegen en De Groene Hub zijn verbreed naar thema’s binnen de circulaire economie. Nijmegen als duurzame stad, beschikt over een goed vestigingsklimaat voor een economie gericht op het maximaliseren van herbruikbaarheid van producten en grondstoffen (afval = grondstof), biobased economy, duurzame mobiliteit en energietransitie. Uit onderzoek van de RU, HAN en WUR is gebleken  dat de regio Arnhem - Nijmegen veel potentie heeft om uit te groeien tot een (Europese) hotspot voor de circulaire economie. We willen deze potentie verzilveren en brengen bedrijven en kennisinstellingen bij elkaar om zo de ketens te versterken en daarmee de werkgelegenheid te laten groeien.
Eind 2015 sloot de kolencentrale in Nijmegen en dit betekende dat 110 mensen moesten uitzien naar een andere baan. GDF- Suez heeft een facilitair proces op gang gebracht voor begeleiding van werk naar werk. Van de 110  werknemers zijn er nu nog 10 medewerkers die aan een nieuwe baan geholpen moeten worden, ondersteund door een jobcenter. GDF Suez ontwikkelt op deze locatie een Groene Delta, waar allerlei duurzame energieprojecten samenkomen. Het bedrijf heeft een zonnepark van 4.000 panelen gerealiseerd en bekijkt de mogelijkheden voor een LNG tankstation voor de scheepvaart en vrachtwagens, aantakking op het warmtenet, biomassavergisting, biogas en windmolens. Wij  hebben het bedrijf bij deze ontwikkelingen gefaciliteerd en  kijken samen naar vestigingsmogelijkheden voor (nieuwe) bedrijven die elkaar onderling versterken in een cluster waar ook kennisinstellingen van deel uit maken.

Logistiek volop in de aandacht
Sinds een jaar werken de drie Gelderse logistieke hotspots (Rivierenland, Liemers en regio Nijmegen) samen met de provincie Gelderland en Oost NV onder de gezamenlijke vlag van Logistics Valley. Samenwerking vindt plaats op het gebied van promotie, acquisitie, branding, innovatie en onderwijs met aandacht voor duurzaamheid en kennisuitwisseling. Eén van de sterke punten van de regio is de ligging en de aanwezige infrastructuur (de Waal, de A15 en de Betuweroute) en de aanwezige terminals in Tiel, Emmerich en Nijmegen. Veel overslag van goederen in de regio vindt plaats via de containerterminals en binnenhavens. Nu gaat het om het (nog) beter benutten in de logistieke keten. Logistieke bedrijven in de regio voegen economische waarde toe aan goederen door bewerkingen en assemblage waarna de producten door middel van containers en bulkvervoer verder getransporteerd worden naar de leveranciers of de klant. Waarde toevoegen (VAL) door meer containers van de weg te halen. De regio werkt samen aan ruimte voor multimodale oplossingen. Zo staat de toekomstige ontwikkeling van de Rail Terminal Gelderland (bij Valburg Overbetuwe) op het programma.
Op 15 oktober vond de Nationale Distributiedag plaats in De Vereeniging in Nijmegen. Dit drukbezochte congres, georganiseerd in samenwerking met NDL en Logistics Valley trok ruim 250 deelnemers. De dag bood een interessant programma, waarbij diverse bedrijven in de regio bezocht werden.

Toerisme is gegroeid
Het verblijfstoerisme maakte een bijzonder positieve ontwikkeling door. Zo steeg het aantal hotelovernachtingen maar liefst van 149.938 in 2013 naar 161.510 in 2014.  Ook het aantal cruisevaartschepen dat Nijmegen aandeed steeg van 480  naar 504 schepen, daarmee steeg het aantal passagiers van  49.490 in 2014 naar 60.338 in 2015.