Stadsrekening 2015
PCPortal

Weerstandsvermogen & risicobeheersing

Inleiding

Het weerstandsvermogen geeft aan in welke mate we in staat zijn om het hoofd te bieden aan nadelen die kunnen ontstaan bij de uitvoering van onze gemeentelijke taken. Bij de stadsbegroting 2014 is een kadernota
“Risicomanagement en weerstandsvermogen” door uw Raad vastgesteld. In de begroting 2016 is toegezegd dat wij  een nieuwe kadernota voor zullen leggen waarin de nieuwe BBV vereisten (de boekhoudregels voor gemeenten) een plek zullen krijgen en aandacht geschonken wordt aan de manier van verwerken van winstverwachtingen van grondexploitaties. De nieuwe kadernota is bij het ter perse gaan van deze stadsrekening wel aan uw Raad aangeboden, maar heeft nog niet tot besluitvorming kunnen leiden. Om die reden is de voorliggende paragraaf nog gebaseerd op de kadernota zoals vastgesteld bij de stadsbegroting 2014. De nieuwe kadernota zal dan na besluitvorming uitgangspunt zijn voor de Zomernota 2016.
Wel hebben we in deze paragraaf aandacht geschonken aan kengetallen omdat het BBV dat voorschrijft, net zoals we dat bij de begroting 2016 al hebben gedaan. Qua vormgeving zijn we hierbij wel alvast vooruitgelopen op de vaststelling van de kadernota. Dit geeft namelijk meer inzicht dan wettelijk is voorgeschreven.

Nieuw: Zorg en Welzijn
Bij de relatie tussen risico's en benodigd weerstandsvermogen worden alle risico's in beeld gebracht, zowel planexploitaties als begrotingsrisico's. Daartegenover hebben we de saldireserve als enige reserve aangewezen als dekking voor alle risico's.
Zoals bekend zijn er met ingang van 2015 veel extra taken overgekomen naar de gemeenten waarvoor we weliswaar extra geld gekregen hebben, maar waarvan het onmogelijk  is om alles in een jaar ingeregeld te hebben. Om die reden heeft uw Raad bestemmingsreserves ingesteld voor Beschermd wonen en WMO-Jeugd, zodat middelen beschikbaar blijven voor dat domein. Bij het winstbestemmingsvoorstel vragen wij u ook om de middelen die het programma niet heeft kunnen besteden in 2015 te storten in deze reserves. Hiermee wordt deze reserve een buffer voor knelpunten , maar ook voor risico's die specifiek samenhangen met de decentralisaties.Dat betekent ook dat we de saldireserve niet behoeven in te zetten voor de risico's van Zorg en Welzijn voor zover het gevolg is van de decentralisatie. Dit is een (tijdelijke) uitzondering op de gebruikelijke regel dat alle risico's gerelateerd worden aan de saldireserve. Reden voor deze keuze is:
Binnen Zorg en Welzijn richten we ons op het versterken van eigen kracht en samenredzaamheid, meer preventieve en lichte ondersteuning in plaats van direct te kiezen voor zware en dure zorg. Door deze vernieuwing en slimme inzet van middelen streven we ernaar de nieuwe taken uit te voeren voor de middelen die we ervoor krijgen. En andersom, willen we de middelen die voor zorg en ondersteuning bedoeld zijn, ook voor dit doel en voor deze doelgroepen inzetten.
Na het eerste jaar uitvoering, constateren we dat, gezien de omvang van de taken, de rijkskortingen die hierop toegepast zijn, de veranderingen die we doorvoeren en de nog korte ervaring die we hiermee opgedaan hebben, er nog de nodige onzekerheden en risico´s aanwezig zijn. En dat we meer tijd nodig hebben om de sturing op de gewenste maatschappelijk effecten op efficiënte wijze goed in te regelen; maar ook om te blijven doorontwikkelen in de afschaling van zorg en ondersteuning, samen met regiogemeenten, cliëntorganisaties, zorgaanbieders en andere partners.
De reserves Wmo/Jeugd en Beschermd Wonen zijn belangrijke instrumenten om dit mogelijk te maken. Knelpunten, risico’s, incidentele meevallers en voorinvesteringen om innovatie/transformatie mogelijk te maken kunnen we door middel van deze reserves over een langere periode opvangen. En daarbij het uitgangspunt blijven hanteren dat we zorgmiddelen inzetten voor zorg en ondersteuning. Bovendien kunnen we op deze wijze dit ook transparant maken naar de gemeenteraad. Besluitvorming waarbij middelen uit deze reserves worden ingezet, vindt immers plaats door de gemeenteraad.

Onderstaand is aangegeven hoeveel middelen er beschikbaar in de saldireserve waren voor de risico's en knelpunten Zorg en Welzijn ten tijde van de stadsrekening 2014/ begroting 2016 versus de beschikbare middelen in de Zorg en Welzijn reserves.

Bedragen x € 1 miljoen

Stadsrekening 2014 / Stadsbegroting 2016

Stadsrekening 2015
(na resultaatbestemming)

Zorg & Welzijn

Bestemde reserve Wmo-Jeugd

1,4

9,7

Bestemde reserve Wmo beschermd wonen

0

1,4

Saldireserve

Tijdelijke bijdrages aan Zorg & Welzijn  2016  t/m 2018 totaal

 6,0

0

“Terugbetalen” tijdelijke bijdrage 2019  t/m 2021 totaal

-6,0

0

Risicoprofiel aandeel Zorg & Welzijn

7,8

0

Risicobeheersing

Belangrijkste kenmerk van de risicobeheersing is dat we risico’s gestructureerd inventariseren en monitoren.  Belangrijkste doel van risicomanagement is risico’s beter te beheersen. Doordat we ze kennen en in de gaten houden, zijn we beter in staat maatregelen te nemen om te voorkomen dat risico’s werkelijkheid worden of om de financiële gevolgen te beperken. Met Monte Carlo‐simulaties bepalen we vanuit de risico's  het risicoprofiel. Anders gezegd, hiermee wordt bepaald hoeveel geld we beschikbaar moeten houden om de risico's als ze optreden het hoofd te kunnen bieden.

Benodigde weerstandscapaciteit
Voor het bepalen van de benodigde weerstandscapaciteit gaan we voor alle risico’s uit van de uitkomst van de Monte Carlo‐simulaties bij een zekerheidspercentage van 80%.
Voor de planexploitaties hanteren we eveneens een 80% zekerheid. Wel passen we hier een dempingsfactor toe van 10%, om rekening te houden met het feit dat niet alle risico’s tegelijk optreden en vanwege het meerjarig, langlopend karakter van de risico's.

Beschikbare weerstandscapaciteit
De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat volgens de regels uit de reservepositie, de onbenutte belastingcapaciteit, de post onvoorzien en de stille reserves. Sinds lange tijd gaan wij er van uit dat de onbenutte belastingcapaciteit, de post onvoorzien en de stille reserves nauwelijks soelaas bieden of in elk geval niet op de korte termijn kunnen worden ingezet. Van de reservepositie kan slechts een deel beschouwd worden als vrije reserves.
Immers bestemmingsreserves zijn onlosmakelijk verbonden aan het doel waarover een raadsbesluit is genomen. Bestemmingsreserves zijn daarmee slechts door middel van een nieuw raadsbesluit inzetbaar, wanneer de noodzaak zich zou voordoen. Daarmee achten wij alleen de Saldireserve direct inzetbaar als afdekking van algemene risico’s. Dat houdt in dat de beschikbare weerstandscapaciteit geheel bepaald wordt door de omvang van de Saldireserve.