Stadsrekening 2015
PCPortal

Weerstandsvermogen & risicobeheersing

Kengetallen

Wij geven inzicht in de financiële positie door middel van een aantal kengetallen die geordend zijn naar zes (financiële) gebieden. Bij de keuze van de kengetallen zijn als eerste de financiële kengetallen gekozen die wettelijk voorgeschreven zijn. Dit is bij het kengetal aangegeven door de toevoeging BBV.
Verder zijn er financiële kengetallen opgenomen die een belangrijke rol hebben binnen  onze financiële positie.
De keuze voor de gebieden en de financiële kengetallen zijn wat ons betreft dynamisch. Voorop staat dat de kengetallen een kernachtig beeld schetsen  van de financiële situatie van de gemeente Nijmegen. De kengetallen die daar nu het meest voor geschikt zijn  kunnen over enige tijd achterhaald zijn en  kengetallen die we nu nog niet kennen kunnen in de toekomst een grote rol gaan spelen.
Ten aanzien van het waarde oordeel “de kleurtjes” die meegegeven zijn aan de kengetallen hebben wij ons over het algemeen gebaseerd op de beoordelingsmatrix van de provincie. Bij het weerstandsvermogen hebben wij de nijmeegse 1-op-1 norm  aangehouden

Programma begroting

kengetal

rek.
2014

begr.
2015

rek 2015

2018

Meerjarig sluitende begroting (repressief toezicht)

nvt

nvt

Structurele exploitatieruimte

BBV

-0,2%

-0,5%

Structurele exploitatieruimte laatste jaar in begroting

Prov.

Nvt*

*In de begroting 2016 1,2%

Voor het financieel inzicht in de programmabegroting gebruiken we bij de begroting drie kengetallen. Bij de Stadsrekening is er maar één relevant , de “Structurele exploitatieruimte”. Dit kengetal is wettelijk voorgeschreven.
De bedoeling van dit kengetal is te laten zien in welke mate  de structurele baten voldoende zijn om de structurele lasten te betalen. Als dit niet  het geval is dan ontstaat er op enig moment een probleem in de begroting.

Bij het opstellen van de begroting gingen we er vanuit dat op in 2015 we een klein deel van de structurele lasten betaald werden vanuit incidentele baten. Bij het opmaken van de rekening 2015 blijkt dat het tekort niet alleen door incidentele lasten, maar ook deels door structurele lasten veroorzaakt te zijn. Ten opzichte van de begroting worden er  meer structurele lasten door incidentele baten gedekt. Vandaar het verslechterde kengetal t.o.v. de begroting.
Gelet op de veranderingen in de begroting als gevolg van bijvoorbeeld bezuinigingstaakstellingen hechten wij vooral waarde aan dit kengetal in het laatste jaar van de meerjarenperiode. Hierin vinden wij in de provincie een medestander want zij hebben dit kengetal toegevoegd aan de verplicht voorgeschreven kengetal.
Op basis van de begroting 2016 was dit kengetal 1,2; volgens de kwalificaties van de provincie  valt dit in de minst risicovolle categorie.

Weerstandsvermogen

kengetal

rek.
2014

begr.
2015

rek 2015

2018

Vrije weerstandscapaciteit versus risicoprofiel

0,98

0,93

0,71

1,03

Er zijn geen wettelijk voorgeschreven kengetallen voor  risico’s en weerstandsvermogen. Achterliggende reden hiervoor is dat gemeenten verschillend met deze begrippen omgaan.
Binnen de gemeente Nijmegen hebben juist het weerstandsvermogen en de risico’s een prominente plek in de financiële sturing. In het coalitieakkoord is hierover afgesproken dat voor het einde van deze raadsperiode er een verhouding is van minimaal 1 tussen deze twee grootheden. Dit is ook de reden dat dit kengetal een plek heeft gekregen.
We gaan er vanuit dat in 2018 de vrije weerstandscapaciteit groter is dan de risico’s.

Grondexploitaties

kengetal

rek.
2014

begr.
2015

rek 2015

Kengetal grondexploitatie BBV

BBV

0,40

nvt

0,46

Eén van de voorgeschreven kengetallen heeft betrekking op de grondexploitaties. Dit kengetal laat zien hoe groot de grondpositie (de waarde van alle gronden) is ten opzichte van de baten. Een hoge boekwaarde betekent dat er nog veel gronden bouwrijp gemaakt en verkocht moeten worden. De afgelopen crisis heeft ons geleerd dat daar grote risico’s aan verbonden zijn.
Overigens heeft de stijging in 2015 ten opzichte van 2014 een boekhoudkundige achtergrond. Eind 2015 is namelijk de GEM Waalsprong volledige opgenomen in de gemeentelijke boekhouding. In 2014 werd de GEM Waalsprong nog gekwalificeerd als deelneming.
We kwalificeren dit kengetal zeer zeker als risicovol. Onze grondpositie is hoog,  er is nog veel te ontwikkelen en te verkopen. Helaas kunnen we op korte termijn dit kengetal moeilijk verlagen. Vanuit de huidige GREX-en verwachten we dat dit kengetal in 2024 lager is dan 0,35 en in 2027 lager dan 0,2 is. Bij die waarden vallen we volgens de provincie in minder risicovolle categorieën (zie provinciale categorie indeling verderop in deze paragraaf).

Schulden

Kengetal

rek.
2014

begr.
2015

Rek 2015

Netto schuldquote

BBV

100

Nvt

96

Netto schuldquote gecorrigeerd met verstrekte leningen

BBV

71

Nvt

84

Solvabiliteit

BBV

8%

Nvt

9%

Voor de schuldpositie zijn 3 kengetallen voorgeschreven. Twee relateren de schulden aan de omvang van de begroting: de netto schuldquote. De derde geeft een verhoudingsgetal tussen het eigen en vreemd vermogen: de solvabiliteit.

De achtergrond van de netto schuldquote is dat de schuld de programmaexploitatie belast met rente, hoe hoger de schuld, hoe meer rentelasten. Wanneer de rente gaat stijgen dan drukken de rentelasten zwaarder op de begroting. Als signaalwaarde voor de netto schuldquote wordt voor overheden in het algemeen 130% aangehouden. Komt de schuld daarboven dan is de kans reëel dat bij rentestijging de betreffende overheid in een schuldenspiraal terecht komt: er moet geleend worden om de rentelasten te kunnen betalen.

Voor een goede interpretatie van deze kengetallen is het nodig om te weten waarvoor geleend is. Het voorgeschreven  kengetal “netto schuldquote gecorrigeerd met verstrekte leningen” doet dit door rekening te houden met leningen die de gemeente Nijmegen verstrekt heeft aan derden.
De VNG gaat in haar “Financiële ruimte en schuldpositie” (2013) nog verder en schrijft dat voor een goede indruk van de schuld die op de exploitatie drukt deze gecorrigeerd moet worden met de uitleenquote en de voorraadquote. Hiermee wordt de schuldquote gecorrigeerd met alle uitgeleende gelden en de grondexploitaties. Als we hier mee rekening houden dan is de netto schuldquote 36%.

De derde kengetal voor de schuldpositie is de solvabiliteit. We weten eigenlijk niet goed wat we van dit kengetal moeten vinden. Dit kengetal wordt net als de netto schuldquote beïnvloed door waarvoor er geleend wordt. Bovendien wordt dit kengetal in ons geval beïnvloed door het niet activeren van onderhoudsinvesteringen. Hiervoor hebben we in 2010 in de gemeentelijke balans voor € 58 miljoen aan onderhoudsinvesteringen afgeboekt door inzet van een reserve. Onze feitelijke financiële positie is door die actie niet anders geworden, maar het heeft wel een de solvabiliteitsratio verlaagd.

Conclusie is dat onze schuldpositie voor een groot deel wordt bepaald door schulden vanuit onze grondexploitatie positie. Als het gaat om de schulden waarvan de rentelasten de programmabegroting belasten dan is die niet  hoog.  
Voor wat betreft de relatie tussen eigen vermogen en vreemd vermogen (solvabiliteit). Wij vinden het vooral belangrijk dat het eigen vermogen op peil is,  Hierover hebben we al eerder bij het onderdeel weerstandsvermogen geschreven.

Lokale lasten

Kengetal

rek.
2014

begr.
2015

rek 2015

Bedrijven (OZB tarief)

186

Nvt

181

Lokale lasten inwoner eigenaar gebruiker  (t.o.v. gemiddelde vorig jaar)

BBV

99

Nvt

101

Lokale lasten inwoner huurder (t.o.v. gemiddelde vorig jaar)

43

Nvt

36

Voor de lokale lasten is er één kengetal voorgeschreven: de gemiddelde woonlasten van woningeigenaren die tevens gebruiker zijn. De financiële achtergrond van dit kengetal is dat wanneer er laag wordt gescoord ten opzichte van het gemiddelde er ruimte is om de lokale lasten te verhogen: er is ruimte in de lokale lasten om eventuele financieel “onheil” op te vangen.
Naast het voorgeschreven kengetal hebben we een kengetal opgenomen voor de lokale lasten van een huurder en een kengetal voor het OZB-tarief van bedrijven.
Het beeld uit deze kengetallen is dat we duur zijn voor bedrijven, gemiddeld scoren voor eigenaar/gebruikers van woningen en goedkoop zijn voor huurders.

Deze uitkomsten verrassen ons niet.

Onderhoudsbudgetten

Kengetal

rek.
2014

begr.
2015

Rek 2015

Toereikende onderhoudsbudgetten

þ

þ

þ

Het niet op orde zijn van het onderhoud kan leiden tot achterstallig onderhoud. Achterstallig onderhoud is een situatie waarbij er extra schade is ontstaan en er in enig jaar een fors beroep moet worden gedaan op financiële middelen om de schade te herstellen.
Uit de paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen in de begroting blijkt dat er geen achterstallig onderhoud is. We concluderen dan ook dat de onderhoudsbudgetten toereikend zijn.

Conclusie financiële positie

Vanuit de kengetallen concluderen wij dat de begroting financieel op orde is. De samenstelling van het weerstandsvermogen beoordelen we als  solide.
Onze grondpositie is hoog te noemen en een belangrijk deel van onze risico’s vloeien ook voort uit de grondexploitaties. Dit is ook reden dat we dit gebied als risicovol markeren. Op korte termijn zien we geen mogelijkheden om dit kengetal te verbeteren.
Onze schuldpositie is hoog maar ligt onder de kritische grens van 130%. De schuldpositie wordt voor een groot deel bepaald door onze grondpositie. We verwachten pas een daling van de netto schuldquote wanneer onze grondpositie daalt.
In Nijmegen zijn de lokale lasten voor bedrijven hoger dan gemiddeld, voor woningeigenaar/bewoners gemiddeld en voor huurders lager dan gemiddeld.

Verwijzingen

De financiële gebieden en kengetallen worden in de verschillende delen van de Stadsbegroting uitgediept. Hieronder is aangegeven in welke onderdelen er meer informatie te vinden is.

Gebied/kengetal

Programma begroting

Financiële begroting

Weerstandsvermogen

Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing

Grondexploitaties

Paragraaf grondbeleid

Schulden

Paragraaf Financiering

Lokale lasten

Paragraaf Lokale lasten

Toereikende onderhoudsbudgetten

Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen

Provinciale categorie indeling

De provincie gebruikt voor de uitkomsten van de kengetallen drie categorieën. Deze categorieën zijn door de provincie niet gekwalificeerd wel geeft de provincie aan dat categorie A het minst risicovol is en categorie C het meest.

Kengetal

Categorie A

Categorie B

Categorie C

1.

Netto schuldquote

a. zonder correctie doorgeleende gelden

<90%

90-130%

>130%

b. met correctie doorgeleende gelden

<90%

90-130%

>130%

2.

Solvabiliteitsratio

>50%

20-50%

<20%

3.

Grondexploitatie

<20%

20-35%

>35%

4.

Structurele exploitatieruimte

Begr én MJR >0%

Begr of MJR >0%

Begr én MJR <0%

5.

Belastingcapaciteit

<95%

95-105%

>105%