Stadsrekening 2015
PCPortal

Duurzaamheid

Indicatoren

 Realisatie 2014Doelstelling 2015Realisatie 2015
-Energiebesparing stad t.o.v. 2008 (gebouwde omgeving)15%12%
-Megawatt/h duurzame energieopwekking136.111173.000192.118
-Energiebesparing eigen organisatie t.o.v. 20084,7%11%
-Percentage corporatiewoningen met een energielabel B of beter31%55%
-Aantal particuliere woningen energiezuiniger door Energieaanpak1.6421.9502.372
-Geluidoverlast in buurt door wegverkeer15%<21%19%
-%. waar men stank/vieze lucht ervaart in de buurtin 2013 4%<20%20%
-Aantal km wegvak met overschrijding grenswaarde stikstofoxide (NO2)0,7km0km0km
-Tevredenheid over groen en water in %67%69%
-Afname woonareaal zonder 0,5 hectare aaneengesloten groen en water binnen 300 meter33%33%
-Stabiele restlevensduur rioolstelsel+0,8%0%%

Toelichting
Voor indicatoren 6, 7 en 9 is de Burgerpeiling de bron. In 2013 is de vraagstelling aangepast voor indicator 6 en 7 en wordt onderscheid gemaakt tussen ‘vaak’ en ‘soms’ bij de vragen over ervaren geluids- en stankoverlast. De vermelde realisatie van 15% in 2014 slaat op het percentage huishoudens dat in de Burgerpeiling 2013 aangaf vaak geluidsoverlast te ervaren. Daar zitten verschillende redenen achter, waaronder wegverkeer, bromfietsen/scooters, jongeren en horeca. Het percentage is dus niet correct als we het over de indicator geluidsoverlast door wegverkeer hebben.
Uit de Burgerpeiling blijkt dat het % dat vaak of soms geluidsoverlast door wegverkeer ervaart 27% in 2013 is en 24% in 2015 en het % dat vaak geluidsoverlast door wegverkeer ervaart: 7% in 2013 en 6% in 2015. We zien dus een licht positieve ontwikkeling op dit punt.

Deze verwarring is er ook voor indicator 7 met dezelfde oorzaak. In 2015 geldt voor 4% van de huishoudens dat ze in de buurtvaakstankoverlast ervaren (ook 4% in 2013). Deze 4% staat vermeld bij realisatie 2014, terwijl als doelstelling  20% dat soms stankoverlast ervaart staat opgenomen . De cijfers uit de burgerpeiling geven aan dat zowel in 2013 als in 2015 dit percentage ook daadwerkelijk 20% bedraagt.

De energiecijfers van het stedelijk verbruik (indicator 1) en van de eigen organisatie (indicator 3) zijn nog niet bekend. Deze volgen in het tweede kwartaal van 2016. Ook het percentage corporatiewoningen met een energielabel B of beter (indicator 4) is nog niet bekend. In 2014 was het percentage 31%.
Ad indicator 8: Voor 2014 zijn geen overschrijdingen meer geconstateerd, tegenover overschrijdingen op 0,7 km wegvak voor 2013.
Voor luchtkwaliteit rekenen we altijd over het afgeronde kalenderjaar. In 2015 rekenen we over 2014, vandaar realisatie 2014. In 2016 rekenen we over 2015, dat resultaat is pas in het najaar bekend.

Ad indicator 9: gemeten wordt de tevredenheid over groen en niet over water zoals vermeld staat in de indicatorentabel. De tevredenheid over groen is van 67% in 2013 gestegen naar 69% in 2015.
Uit eerste, nog voorlopige  resultaten blijkt  dat in Nijmegen-Noord, in lijn met de resultaten van de fifty-fifty consultatie in de wijk Lent, er een dalende tevredenheid met groen is, zelfs lager dan de tevredenheid in Nijmegen Oud-West (waar de tevredenheid overigens enkele procentpunten lijkt toe te nemen).

Ad indicator 10: buurtpark Sperwerstraat is in 2015 ontworpen in samenspraak met de omgeving en voorbereid (onder meer sloop schoolgebouw); met de feitelijke realisatie in 2016 wordt de doelstelling 2015 gerealiseerd.

Ad indicator 11: De restlevensduur bedroeg eind 2014 48,130  jaar; Op basis van de in 2015 uitgevoerde rioolinspecties en onderhoudsmaatregelen bedraagt de indicator 49,462 jaar. We concluderen dat de restlevensduur stabiel is.